B L O G  2  J U N I 2022

Mag een ouder nog wel in de RvT zitten?

Sinds 1 juli 2021 is de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) van kracht. Een van de bepalingen is dat bestuurders geen besluiten mogen nemen wanneer zij een tegenstrijdig belang hebben. Een bekend voorbeeld is de offerte van een bedrijf dat eigendom is van de partner van de bestuurder. Op het moment dat hierover vergaderd en een besluit genomen wordt, zal de bestuurder hieraan niet deelnemen. Wat geldt voor bestuurders, geldt ook voor toezichthouders. De PO-Raad en VO-raad hebben een factsheet over deze wet gemaakt, zie factsheet-po-raad_vo-raad_akd2.pdf (poraad.nl). De gevolgen voor het onderwijs zijn gering, mede ook omdat in de Code Goed Bestuur en de Code Goed Toezicht hierover al voorschriften zijn opgenomen. Toch dwingt een vraag van een schoolbestuur ons ertoe om opnieuw naar deze wet en het vraagstuk van het tegenstrijdig belang te kijken. Mag een ouder van een leerling nog wel in de Raad van Toezicht (RvT) zitten?

De WBTR zegt hierover niets. Volgens Marleen van Uchelen van het advocatenkantoor Houthoff en bekend van haar proefschrift ‘De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting’ kan er in een bepaalde concrete situatie sprake zijn van een tegenstrijdig belang maar dat betekent volgens haar niet dat je als ouder in de RvT niet mag plaatsnemen. Een tegenstrijdig belang kan bijv. ontstaan als er besloten moet worden om de ouderbijdrage te verhogen. De vraag is echter of dit onderwerp thuis hoort in een vergadering van de RvT. Het lijkt mij van niet.

In de Code Goed Bestuur (PO) komen we de bepaling tegen dat “het intern toezicht uit minimaal één lid bestaat dat geen kind heeft dat op een school zit die tot het bestuur behoort”. Dit veronderstelt dat ouders gewoon in de RvT kunnen zitten. In de Code Goed Toezicht worden ouders niet genoemd, behalve dat een RvT actief moet werken aan overleg met ouders.

Een bevoegd gezag kan er voor kiezen om in de statuten een bepaling op te nemen dat ouders van leerlingen niet benoemd kunnen worden tot lid van de RvT. Ik ben echter in de praktijk nog nooit deze bepaling in statuten tegengekomen. Veel stichtingen en verenigingen in het onderwijs maken gebruik van de voorbeeldstatuten van de VTOI/NVTK (laatste versie augustus 2021). Ook in deze voorbeeldstatuten worden ouders niet uitgesloten.

De conclusie is dat wet- en regelgeving niet verbiedt dat ouders in de RvT mogen plaatsnemen. De vervolgvraag is natuurlijk wel of het verstandig is om dit te doen. De meningen hierover zijn verdeeld. Kan een ouder onafhankelijk toezicht houden? De belangenorganisatie Ouders & Onderwijs vindt opmerkelijk genoeg van niet. Zelf denk ik dat een RvT aan kwaliteit en kracht wint als er ook een of meer ouders in zitten die een kind op de school hebben zitten. Een RvT kijkt dan niet alleen van buiten naar binnen maar ook van onderen naar boven. Ouders en leerlingen zijn niet alleen consumenten maar ook ‘eigenaren’ van het onderwijs dat op de scholen wordt gegeven. Hierdoor kunnen vraagstukken en signalen vanuit verschillende invalshoeken in de RvT ingebracht worden.  

Onderzoeksbureau Regioplan heeft in 2020 toezichthouders in het PO en VO gevraagd wat zij zelf als belangrijkste competenties zien. Het zal u niet verbazen dat de volgende competenties bovenaan staan: integriteit, onafhankelijkheid en kritisch vermogen. Een ouder die beide petten goed weet te scheiden, kan volgens mij een waardevolle toezichthouder zijn. Het is dan wel belangrijk dat je in de profielschets duidelijk aangeeft over welke vaardigheden de toezichthouder moet beschikken en dat je in de selectieprocedure de ouder hierop stevig bevraagt. Maar dat geldt uiteraard ook voor de kandidaat die geen kind op de school heeft.

Wilt u reageren op deze blog of heeft u een suggestie voor een onderwerp neem dan contact op met Clemens Geenen via info@peponderwijsadvies.nl. De volgende blog verschijnt in september.

Toelichting

Spijtenburg Werving en Advies werkt samen met PEP Onderwijsadvies op het gebied van goed bestuur. In 2022 organiseren wij een serie van 3 webinars waarbij we de 5 beleidsterreinen van een schoolorganisatie in het PO behandelen:

  • bestuur & organisatie
  • onderwijs & kwaliteitszorg
  • personeelsbeleid
  • financieel beleid en
  • huisvestingsbeleid.

De volgende vragen staan hierbij centraal:

  1. Wat zijn de hoofdlijnen en de laatste stand van zaken?
  2. Welke documenten moet de RvT ontvangen en wat zijn uw bevoegdheden hierbij?
  3. Wat is uw rol en hoe geeft u hier invulling aan?

Deze webinars zijn praktisch opgezet en sluiten aan op uw eigen specifieke situatie. Voor meer informatie, zie Diensten voor Raden van Toezicht in de publieke sector (spijtenburg.nl) of HOME | PEP Onderwijsadvies. De eerste webinar gaat over bestuur & organisatie en is op donderdag 8 september 2022 van 16.00u tot 18.00u.

 

28  M A A R T 2022

Nieuwsbrief over AVG en privacy, april 2022

De tekst mag onder vermelding van de bron vrij gebruikt worden.

Inhoud

  1. Laatste stand van zaken DPIA Microsoft
  2. Zoom weer veilig
  3. Datalek bij uitgever of leverancier?
  4. Nut en noodzaak cyberverzekering
  5. Nieuw model verwerkersovereenkomst 4.0
  6. Nieuwe verwerkersovereenkomsten Topicus, Blink en Malmberg
  7. Woensdag 12 oktober 2022: Dag van de FG

1. Laatste stand van zaken DPIA Microsoft

Het gebruik van Microsoft (Teams, OneDrive en SharePoint) levert een aantal hoge en lage privacyrisico’s op. Dat blijkt uit een onlangs uitgevoerde DPIA. Microsoft heeft al een aantal wijzigingen doorgevoerd of gaat dat binnenkort doen. Ook een schoolbestuur moet een aantal instellingen aanpassen zodat de risico’s aanvaardbaar worden. SIVON heeft een Technische handleiding gemaakt, zie https://ap.lc/7ueH5. De meeste maatregelen zijn minder ingrijpend voor het onderwijs dan bijv. die vorig jaar bij Google Workspace for Education. Twee maatregelen zijn wel meer ingrijpend, te weten End-for-End-Encryption (E4EE) en Double Key Encryption (DKE). Voor DKE heeft een schoolbestuur een andere (lees duurdere) licentie nodig. SIVON geeft aan dat er nog met Microsoft over een aantal punten wordt onderhandeld waaronder DKE. We adviseren dan ook om dit af te wachten. E4EE reduceert een aantal privacyrisico’s maar levert waarschijnlijk ook weer nieuwe op. Naar verwachting zal de komende maanden hierover meer bekend worden. Het advies is om ook dit af te wachten.

We hebben SIVON gevraagd of een schoolspecifieke DPIA nodig is, zoals dat ook bij Google. Het antwoord van SIVON bleef vaag maar zij komen waarschijnlijk wel met een checklist. Woensdag jl. hoorden we van de Autoriteit Persoonsgegevens dat een schoolspecifieke DPIA op grond van de AVG verplicht is. We adviseren schoolbesturen om de checklist van SIVON af te wachten. PEP Onderwijsadvies werkt samen met een aantal schoolbesturen aan een handig en praktische format. Heeft u interesse stuur dan even een mail naar info@peponderwijsadvies.nl.     

2. Zoom weer veilig

Veel scholen gebruikten in het begin van de Corona epidemie Zoom om online onderwijs te geven of online vergaderingen te houden. Zoom wordt weliswaar minder maar nog steeds in het onderwijs gebruikt. Het is een handig programma maar er kwamen in 2020 al gauw vragen of Zoom ook AVG-proof is. In 2021 is een DPIA uitgevoerd. Hieruit bleek dat de opslag en verwerking van gevoelige en bijzondere persoonsgegevens niet goed waren geregeld. Zoom heeft naar aanleiding hiervan een aantal verbeteringen doorgevoerd. Ook scholen moeten een aantal instellingen aanpassen. Dit jaar is opnieuw een DPIA uitgevoerd. Hieruit blijkt dat een school die de instellingen aanpast Zoom veilig kan gebruiken. Voor meer informatie over de DPIA Zoom, zie Zoom past privacyvoorwaarden aan na intensief overleg met SURF | SURF.nl.

3. Datalek bij uitgever of leverancier?

Datalekken bij uitgevers en leveranciers blijven de gemoederen bezighouden. De afhandeling van een datalek bij een verwerker kost een schoolbestuur gemiddeld 3 tot 4 uur. In december jl. had Malmberg een datalek (log4j) in een deel van zijn applicaties. Naar aanleiding hiervan hebben honderden schoolbesturen dit datalek bij de Autoriteit Persoonsgegevens gemeld. PEP Onderwijsadvies vraagt zich af wat de privacywinst is van al die meldingen nu bijna alle schoolbesturen inhoudelijk dezelfde melding hebben gedaan. Had één melding niet volstaan? We hebben die vraag in december bij de PO-Raad/VO-raad neergelegd. Woensdag jl. nam PEP Onderwijsadvies deel aan een overleg van de Onderwijsraden met de Autoriteit Persoonsgegevens. Eén melding levert allerlei juridische en praktische bezwaren op maar wellicht kan de melding efficiënter worden gemaakt. Denk hierbij bijv. aan een datalekformulier dat de betreffende uitgever of leverancier voor een groot deel al heeft ingevuld, met name het technische gedeelte. De Onderwijsraden kaarten dit punt binnenkort bij de uitgevers aan. We houden u op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen.

4. Nut en noodzaak cyberverzekering

Wat is het nut en de noodzaak van een cyberverzekering? Vorig jaar heeft Verus in een nieuwsbrief schoolbesturen geadviseerd om een cyberverzekering af te sluiten. Niet alleen omdat er steeds meer datalekken in het onderwijs voorkomen maar ook omdat de kosten van een datalek fors oplopen. Een cyberverzekering is echter duur. Veel schoolbesturen hebben hun verzekeringen via Raetsheren lopen. Van dit bedrijf horen we dat het aantal aanbieders van een cyberverzekering voor het onderwijs de afgelopen jaren drastisch is afgenomen. Ook moeten schoolbesturen tegenwoordig als zij een offerte opvragen twee uitgebreide vragenlijsten invullen. Vult een schoolbestuur deze vragenlijsten te lichtvaardig in dan kan dat misschien een lagere premie opleveren maar er ook toe leiden dat de verzekeraar bij een incident niet uitkeert. PEP Onderwijsadvies raadt elk schoolbestuur aan om bij het invullen van de vragenlijsten de (externe) systeembeheerder erbij te betrekken. Dat voorkomt wellicht onaangename verrassingen in de toekomst. We hebben onlangs de cyberverzekering ook bij de Onderwijsraden aangekaart. In een volgende nieuwsbrief hopen we hierop terug te komen.

5. Nieuw model verwerkersovereenkomst 4.0

De meeste onderwijsuitgevers zijn lid van het Privacyconvenant onderwijs en gebruiken voor hun verwerkersovereenkomst model 3.0. Beide documenten dateren uit 2018 en moeten op een aantal punten vernieuwd worden. Onderwijsraden en uitgevers stellen eind maart het nieuwe convenant en het nieuwe model 4.0 definitief vast. Afspraak is dat uitgevers model 4.0 vanaf het schooljaar 2022-2023 gaan gebruiken. We vinden het jammer dat er geen landelijke afspraken zijn gemaakt over de wijze waarop uitgevers schoolbesturen informeren. De ervaring is dat slechts een deel van de uitgevers schoolbesturen actief benadert bij wijzigingen in de verwerkersovereenkomst of bijlagen. PEP Onderwijsadvies heeft daarom een update service voor schoolbesturen ontwikkeld. Maakt u gebruik van dit abonnement dan houden wij wijzigingen voor u bij en informeren wij u tijdig als u actie moet ondernemen. Heeft u interesse mail dan naar info@peponderwijsadvies.nl.

6. Nieuwe verwerkersovereenkomsten Topicus, Blink en Malmberg

Veel uitgevers hebben de afgelopen tijd hun verwerkersovereenkomsten geactualiseerd. Het gaat in bijna alle gevallen om een update van de Privacybijsluiter. Vanaf heden zullen we in elke AVG-nieuwsbrief u informeren over drie veel voorkomende verwerkersovereenkomsten die onlangs zijn gewijzigd. Topicus (ParnasSys) heeft in december 2021 zijn verwerkersovereenkomst vernieuwd. Veel schoolbesturen hebben een nieuwe verwerkersovereenkomst opgevraagd. Wat minder bekend is, is dat Topicus op 3 maart jl. zijn Privacybijsluiter wederom heeft vernieuwd. Via de website van Topicus kunt u de meest recente verwerkersovereenkomst opvragen, zie Verwerkersovereenkomst 3.05 | ParnasSys. Naar aanleiding van enkele vragen van PEP Onderwijsadvies heeft ook Blink recent zijn verwerkersovereenkomst vernieuwd. De nieuwe verwerkersovereenkomst van 3 maart jl. kunt u opvragen via Privacy - Blink. Ook Malmberg gaat zijn verwerkersovereenkomst aanpassen nadat wij een vraag hadden gesteld over een subverwerker. Malmberg neemt deze wijziging na de zomervakantie mee in zijn nieuwe verwerkersovereenkomst (model 4.0).

Wij krijgen regelmatig de vraag van schoolbesturen wat zij moeten doen als zij nu geen of een verouderde verwerkersovereenkomst hebben. We hebben mr. Arnoud Engelfriet van ICTRecht om advies gevraagd. Hij geeft aan dat schoolbesturen er juridisch verstandig aan doen om de nieuwste verwerkersovereenkomst te hebben. Zijn advies is om niet te wachten totdat een uitgever model 4.0 gebruikt maar nu een verwerkersovereenkomst op te vragen als die er niet of verouderd is.  

7. Woensdag 12 oktober 2022: Dag van de FG 

De Autoriteit Persoonsgegevens organiseert jaarlijks een congres voor functionarissen voor de gegevensbescherming. Met deze ‘Dag van de FG’ wil de Autoriteit Persoonsgegevens “functionarissen voor de gegevensbescherming praktische handvatten geven voor het uitvoeren van hun werkzaamheden en hen inhoudelijk inspireren”. Corona gooide afgelopen twee jaar roet in het eten. Dit jaar vindt er weer een congres plaats en wel op woensdag 12 oktober in het Beatrix-congresgebouw in Utrecht. Binnenkort vindt u op de website van de Autoriteit Persoonsgegevens hierover meer informatie.

Wilt u reageren of heeft u een vraag voor deze nieuwsbrief mail dan naar:

drs. Clemens Geenen CIPP/E info@peponderwijsadvies.nl.

 

B L O G  29  D E C E M B E R  2021

Wie is de baas binnen de stichting: RvT of CvB?

De meeste schoolbesturen in het primair en voortgezet onderwijs zijn een stichting en hebben het Raad van Toezicht-model. In het VO werkt 87% met dit model en in het PO 55%. Omdat dit cijfers zijn uit 2018 en 2019 liggen deze percentages waarschijnlijk inmiddels hoger. Op de website of in het jaarverslag zie je vaak een organogram waarbij de RvT bovenaan staat en het CvB hieronder. Omdat de RvT het CvB benoemt, schorst en ontslaat veronderstellen de meeste toezichthouders maar ook veel bestuurders dat de RvT het hoogste orgaan (zeg maar de ‘baas') binnen de stichting is. 

Maar is dit juridisch ook zo? 

We zijn op zoek gegaan naar een antwoord op deze vraag en hebben de governancecodes en een groot aantal publicaties over goed bestuur erop nageslagen. Veel informatie over dit onderwerp hebben we echter niet kunnen vinden. Ook in de nieuwe Wet bestuur en toezicht rechtspersonen staat hierover niets. We hebben daarom Martijn Nolen om advies gevraagd. Hij is een bekende onderwijsjurist en gepromoveerd op het onderwerp ‘De bestuurder in het onderwijs’. 

Martijn merkt allereerst op dat de term ‘hoogste orgaan’ eigenlijk niet voorkomt bij stichtingen. Het is een term die toegepast wordt bij o.a. besloten en naamloze vennootschappen. Niettemin is zijn antwoord klip en klaar. Bij een stichting is het CvB het hoogste orgaan omdat dit orgaan de stichting bestuurt en de besluiten neemt.  

De RvT houdt toezicht op het beleid van het bestuur en speelt dus bij de beleidsbepaling in beginsel slechts een aanvullende rol: het primaat ligt bij het bestuur. Dat geldt ook voor de bevoegdheid om statuten te wijzigen of de stichting te ontbinden. Als we kijken naar de modelstatuten van de VTOI/NVTK dan zien we dat deze bevoegdheid bij het bestuur ligt. Het bestuur heeft uiteraard wel de goedkeuring van de RvT nodig om deze besluiten rechtsgeldig te nemen. Bij veel stichtingen is dat op deze manier in de statuten geregeld. De RvT heeft verschillende bevoegdheden ten aanzien van het CvB maar dat maakt de RvT niet tot de ‘baas’ van de stichting. 

Bij een vereniging ligt het overigens anders dan bij een stichting. Hier is de algemene ledenvergadering het hoogste orgaan, ook als de vereniging werkt met het RvT-model. 

Wilt u reageren op deze blog of heeft u een suggestie voor een onderwerp neem dan contact op met Clemens Geenen via info@peponderwijsadvies.nl.

Toelichting
Spijtenburg Werving en Advies gaat in 2022 samenwerken met PEP Onderwijsadvies op het gebied van goed bestuur. Op 27 januari organiseren wij de cursus De rollen en  verantwoordelijkheden van een toezichthouder en op 24 maart de cursus Toezichthoudend orgaan en zelfevaluatie. Deze cursussen zijn praktisch opgezet en sluiten aan op uw eigen specifieke situatie. Voor meer informatie, zie Diensten voor Raden van Toezicht in de publieke sector (spijtenburg.nl) of HOME | PEP Onderwijsadvies. Vanaf heden verschijnt ook elke maand een blog waarin we veel gestelde vragen en actuele onderwerpen over goed bestuur behandelen. De volgende blog gaat over: RvT en de rol van netwerker: lust of last? en verschijnt in januari 2022.

 

B L O G  6  J A N U A R I 2022

Heeft de RvT wel een netwerkrol?

Van oudsher heeft een RvT 3 rollen: toezichthouder, klankbord/adviseur en werkgever. Bij de invoering van de wet Goed onderwijs, goed bestuur in 2010 heeft de wetgever er ook voor gekozen om deze rollen in de wet op te nemen, zie art. 17c WPO en art. 24e1 WVO. De laatste jaren wordt ook steeds meer gesproken over de netwerkrol van de RvT. Aanvankelijk vond de discussie hierover met name in de zorg en bij woningcorporaties plaats maar tegenwoordig ook in het onderwijs. Wat opvalt is dat de nieuwe Code Goed Toezicht van VTOI/NVTK de netwerkrol expliciet noemt zonder deze nader toe te lichten. Het lijkt alsof het voor iedereen al duidelijk is wat deze rol inhoudt en wat deze rol betekent voor de verhouding tussen RvT en bestuur. De vraag is of dit wel zo is. 

Er is tot op heden nog niet veel over dit onderwerp gepubliceerd, zeker als we ons beperken tot het onderwijs. In een blog van 8 september jl. geeft Verus een nadere omschrijving van de netwerkrol. Verus volgt hierbij bijna letterlijk de tekst die ook op de website van de Vereniging van Toezichthouders in Woningcorporaties en in verschillende RvT-reglementen van woningcorporaties staat. Volgens Verus ziet deze rol toe op:

1.    Het houden van toezicht door het intern toezicht op het omgaan met belanghebbenden door het bestuur.
2.    Afleggen van verantwoording aan belanghebbenden van de schoolorganisatie.
3.    Actieve rol van het intern toezicht richting belanghebbenden van de schoolorganisatie.

Laten we elk punt eens nader onder de loep nemen. 

*Een schoolorganisatie heeft veel belanghebbenden. Denk hierbij aan interne belanghebbenden zoals leerlingen, ouders en medewerkers maar ook aan externe belanghebbenden zoals onderwijsinspectie, samenwerkingsverband Passend Onderwijs, kinderopvang, andere schoolbesturen en gemeente. Een bestuurder houdt als het goed is met al deze partijen en hun belangen rekening en betrekt belanghebbenden bij het beleid. Een RvT ziet hierop toe maar volgens ons niet vanuit zijn netwerkrol maar vanuit zijn toezichthoudende rol. Een RvT gaat niet op de stoel van de bestuurder zitten. Dat betekent dat een toezichthouder bij de beoordeling of goedkeuring van beleid zich niet afvraagt wat hij of zij als bestuurder zou doen maar o.a. toetst of dit beleid in het belang van de schoolorganisatie is en of de bestuurder alle relevante belanghebbenden bij het proces heeft betrokken en een zorgvuldige en evenwichtige afweging heeft gemaakt van alle belangen. Omgaan met belanghebbenden door het bestuur hoort dus eerder thuis bij de toezichthoudende rol dan bij de netwerkrol van de RvT.

*Een RvT legt verantwoording af over de resultaten van het intern toezicht en de wijze waarop toezicht wordt gehouden. Zowel in de WPO en WVO als in de Codes Goed Bestuur zijn hierover bepalingen opgenomen. De Code Goed Toezicht uit oktober 2021 gaat nog een stap verder: “De verantwoording geeft zicht op de mate waarin het toezicht in de voorbije periode van toegevoegde waarde is geweest voor de organisatie. Het is meer dan een opsomming van activiteiten en formele verantwoordelijkheden.” De ratio hierachter is het adagium van de Algemene Rekenkamer: besteding van publiek geld vraagt om publieke verantwoording. Verantwoording aan belanghebbenden wordt niet zo zeer gedaan vanuit de netwerkrol maar veel eerder vanuit de toezichthoudende rol. 

*Blijft over de actieve rol richting belanghebbenden. Aan dit aspect zitten meerdere kanten. Een RvT wordt tegenwoordig geacht ook zelfstandig (dus los van de bestuurder) informatie te verzamelen. Ook in wet- en regelgeving komen we hierover bepalingen tegen. Denk bijv. aan het halfjaarlijks overleg van de RvT met de MR of GMR. De gedachte hierachter is dat een RvT door verschillende informatiebronnen te gebruiken een nog beter beeld krijgt van het functioneren van de organisatie en dat van de bestuurder en ook eerder kan handelen bij signalen. Contact of overleg met belanghebbenden helpt een RvT om zijn rol als toezichthouder, klankbord en werkgever beter te vervullen en is dus meer een middel van informatieverzameling dan een aparte beleidsvormende/makende rol.      

Volgens de Code Goed Bestuur moeten schoolbesturen actief verbinding zoeken en samenwerken met elkaar en met andere organisaties en heeft de RvT hierbij een verbindende en stimulerende rol. Wordt hiermee bedoeld dat dit een zelfstandige rol is en een RvT naar eigen inzichten kan handelen? We denken van niet en vinden dit ook niet verstandig. We zijn van mening dat de bestuurder ook in dit proces de regie moet hebben.

De bestuurder is eindverantwoordelijk en vertegenwoordigt de schoolorganisatie. Zo is dat in de meeste statuten geregeld. Een schoolorganisatie kan evident veel voordeel hebben bij het netwerk van RvT-leden. Echter als de RvT of een lid ‘op eigen houtje handelt’ zonder dat de bestuurder dat weet dan kan dat nadelig voor de schoolorganisatie uitpakken, al is het maar dat er verwarring ontstaat bij gesprekpartners over de koers of het gezicht van de organisatie. De Code Goed Toezicht geeft helderheid op dit punt. Volgens deze code werkt een RvT actief aan vormen van overleg met externe betrokkenen maar doet dat primair om informatie te verkrijgen. Alleen in voorkomende gevallen en in overeenstemming met het bestuur treedt de RvT namens de organisatie op. Is er overeenstemming dan kan er sprake zijn van lust, indien niet dan zal dat in veel gevallen alleen maar leiden tot last.  

De conclusie is dat een schoolorganisatie kan profiteren van het netwerk van de RvT maar dat de RvT hierbij geen zelfstandige netwerkrol heeft vergelijkbaar met de hiervoor genoemde rollen van toezichthouder, klankbord/adviseur en werkgever. 

Wilt u reageren op deze blog of heeft u een suggestie voor een onderwerp neem dan contact op met Clemens Geenen via info@peponderwijsadvies.nl

Toelichting
Spijtenburg Werving en Advies gaat in 2022 samenwerken met PEP Onderwijsadvies op het gebied van goed bestuur. Op 27 januari organiseren wij de cursus De rollen en  verantwoordelijkheden van een toezichthouder en op 24 maart de cursus Toezichthoudend orgaan en zelfevaluatie. Deze cursussen zijn praktisch opgezet en sluiten aan op uw eigen specifieke situatie. Voor meer informatie, zie Diensten voor Raden van Toezicht in de publieke sector of PEP Onderwijsadvies. Vanaf december jl. verschijnt ook elke maand een blog waarin we veel gestelde vragen en actuele onderwerpen over goed bestuur behandelen. De volgende blog gaat over: Wat is het verschil tussen goedkeuren en vaststellen? en verschijnt februari a.s.

 

B L O G  29  D E C E M B E R  2021

Wie is de baas binnen de stichting: RvT of CvB?

De meeste schoolbesturen in het primair en voortgezet onderwijs zijn een stichting en hebben het Raad van Toezicht-model. In het VO werkt 87% met dit model en in het PO 55%. Omdat dit cijfers zijn uit 2018 en 2019 liggen deze percentages waarschijnlijk inmiddels hoger. Op de website of in het jaarverslag zie je vaak een organogram waarbij de RvT bovenaan staat en het CvB hieronder. Omdat de RvT het CvB benoemt, schorst en ontslaat veronderstellen de meeste toezichthouders maar ook veel bestuurders dat de RvT het hoogste orgaan (zeg maar de ‘baas') binnen de stichting is. 

Maar is dit juridisch ook zo? 

We zijn op zoek gegaan naar een antwoord op deze vraag en hebben de governancecodes en een groot aantal publicaties over goed bestuur erop nageslagen. Veel informatie over dit onderwerp hebben we echter niet kunnen vinden. Ook in de nieuwe Wet bestuur en toezicht rechtspersonen staat hierover niets. We hebben daarom Martijn Nolen om advies gevraagd. Hij is een bekende onderwijsjurist en gepromoveerd op het onderwerp ‘De bestuurder in het onderwijs’. 

Martijn merkt allereerst op dat de term ‘hoogste orgaan’ eigenlijk niet voorkomt bij stichtingen. Het is een term die toegepast wordt bij o.a. besloten en naamloze vennootschappen. Niettemin is zijn antwoord klip en klaar. Bij een stichting is het CvB het hoogste orgaan omdat dit orgaan de stichting bestuurt en de besluiten neemt.  

De RvT houdt toezicht op het beleid van het bestuur en speelt dus bij de beleidsbepaling in beginsel slechts een aanvullende rol: het primaat ligt bij het bestuur. Dat geldt ook voor de bevoegdheid om statuten te wijzigen of de stichting te ontbinden. Als we kijken naar de modelstatuten van de VTOI/NVTK dan zien we dat deze bevoegdheid bij het bestuur ligt. Het bestuur heeft uiteraard wel de goedkeuring van de RvT nodig om deze besluiten rechtsgeldig te nemen. Bij veel stichtingen is dat op deze manier in de statuten geregeld. De RvT heeft verschillende bevoegdheden ten aanzien van het CvB maar dat maakt de RvT niet tot de ‘baas’ van de stichting. 

Bij een vereniging ligt het overigens anders dan bij een stichting. Hier is de algemene ledenvergadering het hoogste orgaan, ook als de vereniging werkt met het RvT-model. 

Wilt u reageren op deze blog of heeft u een suggestie voor een onderwerp neem dan contact op met Clemens Geenen via info@peponderwijsadvies.nl.

Toelichting
Spijtenburg Werving en Advies gaat in 2022 samenwerken met PEP Onderwijsadvies op het gebied van goed bestuur. Op 27 januari organiseren wij de cursus De rollen en  verantwoordelijkheden van een toezichthouder en op 24 maart de cursus Toezichthoudend orgaan en zelfevaluatie. Deze cursussen zijn praktisch opgezet en sluiten aan op uw eigen specifieke situatie. Voor meer informatie, zie Diensten voor Raden van Toezicht in de publieke sector (spijtenburg.nl) of HOME | PEP Onderwijsadvies. Vanaf heden verschijnt ook elke maand een blog waarin we veel gestelde vragen en actuele onderwerpen over goed bestuur behandelen. De volgende blog gaat over: RvT en de rol van netwerker: lust of last? en verschijnt in januari 2022.

 

© 2017 - 2022 PEP Onderwijsadvies | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel